De eerste haaksteek: Losse haken

In elk patroon komen Losse voor. Enkele voorbeelden waar ze worden gebruikt: sjaals, beesten haken, kussens haken, babykleding haken. Het is om een basis te maken bij het haken van een recht project, magische ring te sluiten en tussen toeren haken om het werk niet krom te laten trekken.

Wanneer het een getekend patroon is, dan is het een kleine ovaal. Eén ovaal staat voor 1 losse haaksteek.

Eindresultaat: rij van losse

Start met de opzetlus

Omslaan

Start met het maken van de opzetlus (uitleg).

Sla de werkdraad (de draad aan de bol wol) om de haaknaald heen.

Werk vast houden

Houd je werk zo dicht mogelijk bij je haaknaald vast. Wijsvinger tussen de 2 draden in, met de werkdraad achteraan. Leg dan je duim op de kleine draad, zie volgende foto.

Werkdraad vasthouden

Werkdraad zit tussen je middelvinger en je wijsvinger en zo dicht mogelijk bij je haaknaald.

Laat je haaknaald het werk doen en niet je vingers of hele handen.

Haaknaald doet het werk

De haaknaald draait naar onder toe om zo makkelijk door de lus heen te worden gehaald. Door hem naar voren te draaien houd de haak de werkdraad vast en kun je hem zo door de lus heen halen.

Tip

Mocht het de eerste keren niet makkelijk gaan, kun je de lus wat naar beneden trekken om het gat wat groter te maken en beter zichtbaar. Trek de lus niet te veel aan en gebruik de dikte van je haaknaald, dus niet helemaal vooraan haken waar het heel smal/plat is. Het is beter om de losse met een 0,5mm dikker te haken dan de rest van het werk als je een beginnende haker bent of heel strak haakt. Het is anders heel lastig om de volgende rij in deze losse te haken.

Eerste losse is een feit

Wanneer de werkdraad door de lus heen is, is de eerste losse gemaakt.

Tweede losse

Sla weer je werkdraad om je haaknaald heen en haal hem door de lus heen. Houd je werk nog steeds kort, verplaats dus steeds je vingers naar boven toe, dichtbij de haaknaald.

Eindresultaat

Een mooie rij losse om het haakproject te starten. In veel rechte projecten staat ook een keerlosse,  dit is een normale losse, maar wordt gebruikt om het werk makkelijk te keren en zo wordt het werk niet naar binnen getrokken. Bij een vaste maak je 1 keerlosse en bij een stokje maak je 2 keerlosse en soms zelfs 3 stuks.

0